Transvetzuurinname aanstaande moeders in Nederland toch nog te hoog?

3 april 2017

Hoewel de inname van transvetzuren onder Nederlandse zwangere vrouwen de laatste jaren flink daalt, zou zelfs deze lagere transvetzuurinname toch nog te hoog kunnen zijn, melden onderzoekers van de Erasmusuniversiteit te Rotterdam (Grootendorst-van Mil et al., 2017).

Transvetzuren- industrieel geharde vetten- veroorzaken ontstekingen in de vaatwand, die vervolgens de stofwisseling verstoren. Bij zwangere vrouwen leiden hoge concentraties transvetzuren tot een sterk verhoogd risico op vasculaire complicaties, waaronder pre eclampsie. Zwangere vrouwen die een relatief hoog gehalte aan transvetzuren in hun bloed hebben, lopen meer risico op een onvoldoende volgroeide placenta of een kind met een laag geboortegewicht. Dit risico blijkt, hoewel het afneemt, nog steeds aanwezig te zijn bij zwangere vrouwen met een lage transvetzuurinname.

Aan deze studie, de zogenaamde generatie R studie, namen ruim 6700 vrouwen deel. Ze vond plaats tussen 2001 en 2006 – een periode waarin veel van de Nederlandse voedselindustrie begon aan het verminderen van het transvetzuurgehalte in hun verwerkte producten. Bloedmonsters werden verkregen tijdens het 2de trimester van de zwangerschap en geanalyseerd voor trans (18:1) vetzuren.

Meer informatie over voeding en de Generatie R studie is hier inzien.

Bron:
Grootendorst-van Mil, N. H., Tiemeier, H., Steenweg-de Graaff, J., Jaddoe, V. W., Steegers, E. A., & Steegers-Theunissen, R. P. (2017). Maternal Midpregnancy Plasma trans 18:1 Fatty Acid Concentrations Are Positively Associated with Risk of Maternal Vascular Complications and Child Low Birth Weight. The Journal of Nutrition, 147(3), 398–403.