Voorwoord Ellen Vunderink, Het mooiste in mijn leven
Het is al een tijd geleden dat ik voor de laatste keer zwanger was. Vijf keer heb ik zwanger mogen zijn. Vijf keer heeft er een klein mensje in mijn buik gewoond dat ik voelde slapen, voelde bewegen, voelde ‘zijn’. Ik voel me zo ongelooflijk rijk dat ik dat in mijn buik heb mogen voelen. Het is voor mij het mooiste aan mijn vrouw zijn.
Op een moment kwamen ze natuurlijk naar buiten. Die reis, de bevalling, vond ik elke keer spannender dan de keer daarvoor. Een keer een kindje dat bij 14 weken overleed. Vier keer een baby op mijn borst, vier keer een eerste blik. Tegelijk zo vertrouwd, zo allesomvattend en zo uniek. Het onmiddellijke weten dat niks er ooit nog zo toe zal doen als zij.
Een baby is schijnbaar zo kwetsbaar, en zo sterk tegelijkertijd. Ik weet de eerste keer nog dat ik ze zich liet oprichten in mijn handpalm, terwijl ik ze in hun basis ondersteunde. Hoeveel kracht en eigenheid bleek daaruit. Hoeveel respect, bewondering en liefde voelde ik voor ze.
Hoe belangrijk de wijze waarop je geboren wordt, is, heb ik onbewust wel beseft. Bewust wist ik niets. Dat het allerbelangrijkste is dat je een kind de ruimte geeft zichzelf te worden, werkelijk en wezenlijk zichzelf te worden, wist ik met mijn hoofd, maar wat dat betekende? Dat wist ik niet. Toen mijn dochter net op mijn borst lag en ik naar haar keek, wist ik maar één ding: jij gaat de wereld mooier maken. Dat weten, bij alle vier, is het allerbelangrijkste in mijn moeder zijn.
Mogen de artikelen in dit nummer eraan bijdragen dat kinderen zo heel als mogelijk geboren en begeleid mogen worden!


